De hak, de spoor, en daartussen zestig miljoen olijfbomen
Vier miljoen inwoners en de vlakste regio van Italië.
Apulië is van noord naar zuid vierhonderd kilometer lang en overal smal: van de Adriatische tot de Ionische Zee is het op het breedste punt iets meer dan honderd kilometer. De helft van het gebied is vlakte, de rest laag heuvelland, en de enige verheffing die berg mag heten is de Gargano. Daarom zie je alles vanaf de weg.

Hoe het in elkaar zit
Het ontwerp is eenvoudig: de Tavoliere, na de Povlakte de tweede vlakte van Italië, beslaat het hele noorden; dan komt het plateau van de Murge, dat tot ruim zeshonderd meter oploopt en uit kalksteen en droge muurtjes bestaat; dan het Salento, nog lager, met aan beide kanten zee. Buiten dat schema staat alleen de Gargano, een kalkblok dat de Adriatische Zee in steekt.
De olijfbomen zijn er zo'n zestig miljoen, en de regio alleen al maakt bijna de helft van de Italiaanse olijfolie. Sinds 2013 heeft de xylella het merendeel van de eeuwenoude bomen van het Salento gedood, en het landschap daar is veranderd: er wordt herplant, maar een olijfboom van driehonderd jaar vervang je niet.
Waar de campings liggen
Bijna twee derde van de bedrijven van de regio ligt op de Gargano: campings en vakantieparken in het dennenbos, boven kliffen of aan witte kiezelstranden, vaak met een trap omlaag naar het water. In het Salento zijn ze kleiner en dichter bij de dorpen. In de provincie Taranto zijn er geen, en rond Bari heel weinig.
In Apulië rijd je altijd rechtdoor, en je komt altijd bij zee uit.
Een grap die de Apuliërs over zichzelf maken, en die klopt
Hoe je het aanpakt
De regio is lang: van de Gargano naar Leuca is bijna vijfhonderd kilometer en vijf uur rijden. Eén standplaats volstaat niet. Wie op de Gargano blijft bezoekt de Gargano, de Tremiti en hooguit Castel del Monte; wie in het Salento blijft doet Lecce, Otranto, de Valle d'Itria en de gravine. Dat zijn twee verschillende vakanties.
De zomer is heet en droog, en in augustus lopen de stranden van het Salento echt vol. Juni en september geven dezelfde zee met de helft van het verkeer, en in mei en oktober is het binnenland prettig om rond te rijden.